Door een feestzaal, vol met fuivende mensen, haast de maître d'hôtel zich in snelle pas naar een Christus figuur. Gezeten in lotushouding met lange haren, sandalen en in een lang gekreukeld wit kleed wordt hij omringd door vier hemelse schoonheden, blootsvoets in sensuele Romeinse klederdracht, die hem liefkozen. Met hun vijven zitten ze op een oosters tapijt alsof ze zich aan het voorbereiden zijn op het heilige ritueel van de liefde.
"Meester, meester," zegt de maître d'hôtel, die zich blijkbaar in een staat van radeloosheid bevindt.
Hij trekt zijn broekspijpen iets op, gaat door de knieën en geknield zit hij nu voor het Christus figuur.
"Meester, het is nog maar twee uur in de morgen en de feestgangers hebben reeds alle wijn opgedronken."
Niets zeggende knikt de meester bevestigend. De maître d'hôtel springt recht, kijkt richting bar en klapt enkele keren krachtig in zijn handen. Twee obers in kelneruniform, die er als garçon werken, komen aangesneld met een karretje waar een houten wijnton op staat, het water klotst uit het vulgat en plaatsen die voor de meester. De meester raakt de wijnton aan en prevelt de magische woorden :
"spiritus non potest habitare in sicco."
Met de ton op het karretje rijden de obers langs de tafels om de lege karafjes te vullen. Een opgeluchte maître d'hôtel bedankt de meester die op zijn beurt beloond wordt, voor zijn goede daad, door zijn hemelse minnaressen met zoentjes en liefkozingen.
Van alle kanten in de zaal wordt het glas geheven naar de meester die zelfgenoegzaam knikt.
"Knap werk, zegt iemand,
die truck moet je me ook eens leren."
"Straf is dat, zegt een ander,
wie houdt er nu de beste wijn voor het laatst ?"
"Een zeer jonge wijn, merkt een kenner op,
persoonlijk hou ik meer van een rijpere smaak en iets meer body."
"De gustibus non est disputandum."
Antwoordt de meester in alle wijsheid.
"Ik ben nog maar pas begonnen," verdedigt hij zich.
"Dit is mijn eerste optreden in het openbaar, tot dusver heb ik thuis zitten oefenen."
Hij wenkt de klager en vraagt of die enige voorkeur heeft.
De man denkt na en antwoordt dan :
"Châteauneuf-du-pape 1966, reserve du Vatican."
De meester raakt zijn glas aan. Als een echte kenner keurt de klager de wijn, laat die in zijn glas rollen, houdt het glas naar het disco licht, ruikt en proeft;
"1967 cuvee de Vatican, besluit hij dan, je bent er dicht bij, blijven oefenen."
Een beschonken vrouw, waarvan het topje van haar neus al wat rood ziet en de knoopjes van haar bloesje al wat losser, komt op haar beurt naar de meester.
"Mag het voor mij een zoete witte zijn ?"
De nacht vordert en zowat alle aanwezigen gaan naar de meester met hun bestelling, hun karafje gevuld met water aan de kraan. Rum, wisky, porto, witte wijn, rode of rosé. Ook de kok komt nog langs om een stokbrood en de foie gras te vermenigvuldigen.
Een vrouw komt tot de magische barman met een busseltje servetten in haar handen. De meester, in lotus houding op tapijt, kijkt haar onbegrijpend vragend aan.
"Briefjes van 500 € graag."
Daar had blijkbaar nog niemand aan gedacht en plotseling worden alle servetten in de zaal en de keuken bij elkaar gezocht. Ook de papieren handdoekjes en de WC rollen uit de toiletten.
Hand in hand komt een koppel naar de meester. Met een lege karaf wijn in zijn hand bedankt de man de meester en vermeldt dat ze maar eens huiswaarts gaan keren. De feesthoed nog op hun kop en enkele restjes van slingers op hun schouders.
"Gaan jullie in deze toestand de baan op," vraagt de meester ?
"Het opwekken van de doden is pas voor een later stadium in mijn leven hoor."
"Non per vitem ad vitam aeternam,"
prevelt de meester en hij raakt de man aan.
Plotseling is die bloed nuchter. Hij reikt zijn hand naar de vrouw en wil haar ook aanraken maar de man trekt haar ijlings terug.
"Neen, neen, ZIJ moet nog rijden hoor."
Fuieet, blaast de vrouw op haar feestfluitje, waardoor het opgerolde slangetje dat eraan hangt, lang en hard wordt.