6
 
AFF

Zaterdag 4 september

MILJAARDESHIT WAAR BEN IK TOCH AAN BEGONNEN ? ? ? ? ? ? ?

Hoe kon ik toch zo dom zijn om dit te doen ? Kan ik niet zoals iedereen een vaste baan hebben, op zijn tijd gaan staken, alle dagen de krant lezen, vrouw en kinderen hebben, scheiden, een andere vrouw tot mij nemen en mijn kinderen in een ontwricht gezin laten opgroeien ? Auto afbetalen, huis afbetalen ? Met de kudde tijdens de zomer op vakantie en met de winter op skiverlof ? Kan ik niet zoals elke man 's avonds voor de TV kruipen en tot ergernis van zijn gezin zappen naar sportprogramma's ? Lullen over voetbal en wielrennen en klagen over de politieke partijen ? Zeuren dat het leven duur is en de schuld naar anderen doorschuiven ? Of gewoon 's zaterdags bij mooi weer een terrasje doen ?

NEEN .... ik moet persé uit een vliegtuig springen !!!!!

Van 0 naar 240 km/u in 6,9 sec. (Stond te lezen op een T-shirt van iemand die op de grond rond liep.) Mijn leven is één gigantisch herstel van trauma's en het overwinnen van angsten en goed hoor, maar wat bereik ik er toch mee ? Mijn hart klopte al in mijn keel toen het vliegtuigje van de grond kwam en nu plakken mijn ingewanden tegen mijn ruggengraat, mijn wangen fladderen tegen mijn oren en vallen maar. Mijn oren suizen en ik maar slikken.
Oei, shit, vallen is niet genoeg, ik moet van alles doen. Naar mijn hoogtemeter kijken, ik ben gesprongen op 12.000 ft (4.000 m) en ik hang al op 10.000 ft en ben nog maar enkele seconden aan het vallen. Ik verrek het om op mijn moeder te roepen, het is haar schuld dat ik al die trauma's te verwerken heb.

O ja, ik ben niet alleen, links en recht van mij hangt een begeleider. Ik heb een overal te leen gekregen van de springclub waaraan over de hele linker en rechter zijkant een dikke worst is aangenaaid zodat ze mij kunnen beetpakken. Ik moet naar mijn linker begeleider kijken of die er wel is. Check, goddank hij hangt eraan. Dan naar mijn rechter begeleider, check, oef die is er ook. Die mannen zijn zo geroutineerd dat mijn rechterbegeleider even doodleuk zwaait naar mij. Plezant hoor, ik val hier duizend
doodsangsten en die gozer heeft er lol in.

20 Minuten duurde het om naar boven te vliegen, ik zag de wereld onder mij steeds kleiner worden, de ronding van de aarde werd steeds duidelijker. Als sardientjes zaten we in het vliegtuigje. Er kunnen telkens 2 leerlingen springen, elk met 2 begeleiders dat maakt 6 man plus de piloot dat is met zeven in de kist. Ik zat naast de piloot met mijn rug naar het dashboard en keek naar achteren, wachten tot we boven waren. Aan de achterkant van het vliegtuigje bemerk ik een rode stikker zoals een « verboden te roken » stikker maar dan met een mannetje erop met zijn kont in de lucht waar figuurlijk iets uit kwam, « verboden scheten te laten » De piloot praat met mij of hij me al jaren kent.

"Hier moet ik de hele dag in werken hoor," zei hij.
"Hier ontsnapt flink wat gas."
"Ik voel nog niks,"
antwoord ik.
"Neen, pas vanaf 10.000 ft als de luchtdruk flink is geminderd."
Ben ik al als de dood en ben echt niet van plan om mij nog te gaan schamen ook nog.

De instructeur die bijna boven op mij zat heeft tijdens de rit tot twee maal toe mijn uitrusting gecontroleerd en twee maal hebben we de sprong theoretisch herhaald. Toen we op de grond op het vliegtuigje stonden te wachten hebben we dezelfde routine uitgevoerd. Ze nemen het echt wel ernstig hoor, ook de instructeur praatte tegen me of hij me al jaren kende.

"Zet je bril en je helm nu maar op Karel."

Om 19.30 u zijn we onze tocht naar boven begonnen. 10.000 ft, de schetengrens, maar ik heb mij niet te hoeven schamen. 12.000 ft, de piloot gaf het teken, het doek werd opgerold en daar was die gapende diepte. Miljaar, miljaar, shitenhé. Mijn collega leerling sprong er eerst uit met zijn begeleiders. Whoeps en ze waren weg. Ik als laatste, ik ben de allerlaatste springer voor vandaag, na mij wordt het toestel aan de grond gezet, maar ja, zo is dat nu eenmaal met mij, ik ben altijd de laatste, van de hele dag al tijdens de oefeningen. Iedereen had zijn ding gedaan en toen kwam ik.
Zo heeft in mijn leven iedereen een GSM en dan koop ik er één, iedereen heeft een PC en dan ik. Vroeger hadden al mijn vrienden een auto en toen kocht ik een rammelkar. Zo is het altijd geweest en zo zal het wel altijd zijn. Uitgezonderd met de vrouwen, ik was de eerste van wie de vrouw het afbolde en ik ben de enige die maar niet aan een ander geraak, of mischien weer de laatste, als iedereen al verschilende keren herbegonnen is. (Mag het in vrije val a.u.b. ik ben al 46 hoor.)

Drie oefenpulls, dus drie keer doen alsof je de parachute open trekt, voelen waar dat ding zit. Ik kijk naar mijn begeleider en die doet teken dat het goed is en dan mijn hoogtemeter in de gaten houden of in ieder geval proberen. De hoogtemeter zakt alsof het een lekke band is. 5.500 ft, ik geef het signaal dat ik ga trekken. Trek aan dat ding uit de rugzak en plots een gedonder en geraas boven mijn kop van flapperend tentzeil, krijg mij daar een snok en als een kermis attractie hang ik als een schotelvod te flapperen aan de open geblazen koepel. Mijn armen en benen bengelen ergens aan mij.

Ik blijf hangen, gewoon hangen. Wat was dat ? Als een marionette pop hang ik aan touwtjes. Wat hang ik hier toch te doen ? Ik heb al vele domme dingen gedaan in mijn leven maar dít ? Ik weet van niks. Ik kijk naar beneden, alles is zo piep klein. Alles is zo stil. Het is een stralende zonnige dag en ik voel een zuchtje wind van het vliegen, een beetje flapperen van de parachute. Mijn leven hangt aan touwtjes, als dat ding het begeeft is het afgelopen met mij, gewoon niet aan denken, genieten van het panorama. Ik hang zowat 1.500 m boven de grond te bengelen als een opgevulde vogelverschrikker aan een parachute. Comme une poupée de cire.


"Karel een kwartje naar links."

Uit mijn borstkas hoor ik een stem :

"Karel.... een kwartje naar links !"

Hoezo...., Karel een kwartje naar links ???

Bij onze geleende uitrusting hoort een radio ontvanger die aan en touwtje om mijn nek hangt op mijn borst en onder de springoveral. Op de grond staat begeleider nummer drie met een walkietalkie in de hand die mij toespreekt. Ik moet reageren. Als je zo hoog hangt kan je nog alle kanten uit maar ze laten je eerst iets uitvoeren om te controleren of er contact is. Voor het eerst kijk ik omhoog, boven mij hangen de stuurlijnen vast met velcro. Ik trek ze los en grijp ze vast. Trek aan het linker koortje en whoeps, Karel draait naar links.

"Goed zo", klinkt het op mijn borst.

Ik hang daar maar te zweven. Trek eens aan het linker koortje, dan eens aan het rechter. Trek eens aan alle twee tegelijk en whoeps, ik rem het dalen af en mijn maag schuift naar mijn keel, oei, dát voorlopig niet meer doen. Waar ben ik, waar is de landingszone ? Verdomd wat is het klein, moet ik daar terecht komen ? Ik tuur wat voor mij uit, de zon hangt nog net boven de ronding van de aarde. Na een lange tijd van stilte klinkt de stem weer op mijn borst. Ik wordt binnen gegidst door mijn begeleider op de grond. De grond komt steeds dichter en dichter, shit ik kan de afstand niet schatten. De druk zit nog in mijn oren en mijn zicht is een beetje wazig, er schort iets aan mijn dieptezicht, ben ik nu 10 of 1 meter van de grond.

De stem klinkt nu brutaal uit mijn borst:
"AFREMMEN ... AFREMMEN !!!!"

Te laat afgeremd... knal, ik smak tegen de grond en val plat op mijn buik, eventjes een beetje pijn aan mijn linker voet. Iedereen is netjes geland uitgezonderd ik, ik moest persé met mijn gezicht tegen de grond gaan. Ja how effe, denk ik bij mezelf, krijg ik de kans om het te leren ? Ik scharrel mijn parachute bij elkaar zoals mij geleerd is en ga terug naar start. Ik word ontvangen door medeleerlingen en geïnteresseerden.

"En, hoe was het ?"
"Bang, ik was verschrikkelijk bang."


Mijn parachute wordt vandaag niet meer opgevouwen en mij wordt gezegd hem binnen maar op een hoopje te gooien. De hele ploeg is hier toch ook al van deze morgen 10.00 uur en het is al achten voorbij, morgen is er een nieuwe dag. Ik krijg nog een flesje bier aangeboden door één van mijn begeleiders dat ik maar al te graag in ontvangst neem. We blijven nog een tijdje napraten over de gebeurtenissen als ik dan vraag hoe het nu verder gaat met de hele cursus AFF. Een tweede sprong wordt geregeld voor volgende week zondag. Van ons tienen die vandaag de eerste kennismaking les gevolgd hebben ben ik de enige die verder gaat.

AFF (Accelerated Free Fall) Versnelde vrije val, is een cursus die bestaat uit een programma van 7 levels om te leren skydiven. Na de tweede sprong zit deel één erop.


Zondag 12 september

Daar sta ik dan, heb daar de hele week naar zitten uitkijken en nu hangt de windzak doodleuk horizontaal te flapperen. Stiekem een touwtje aan het einde binden en naar omlaag trekken zal niet helpen want ook het riet in de gracht ligt bijna plat van de wind. Goed dat ik een bandana op mijn kop heb want mijn hoed zou een take-off-je doen en mij keibelachelijk maken. De piloten en de leiding zitten aan de koffie en mijn leraar verteld mij het treurige nieuws dat ik het vandaag wel vergeten kan.


"Met een dergelijke windsnelheid gaat er geen vliegtuig van de grond".
"Ik verwacht dat het tegen de avond zal minderen maar dan zal het waarschijnlijk gaan regenen."


Hij draait zich om en gaat ook naar de koffie, mij in m'n uppie achterlatend, turend naar de windzak. Hier wordt ik dan geconfronteerd met iets wat ik absoluut niet bezit en dat is geduld, lukt het vandaag niet dan zal het beslist wel een andere keer zijn. Wat kan ik anders doen dan ook maar naar de koffie te gaan en dan maar huiswaarts te keren.


Zaterdag 18 september

Nu gaat het gebeuren, het vliegtuigje staat klaar en enkele mensen staan al half in hun uitrusting. Ik zeg even goede morgen hier en daar, na drie keer hier te zijn ken ik de weg naar de koffie en schenk mij een bakje in, steek een euro in het potje waarop staat : "een kleine bijdrage voor de koffie" en tevreden loop ik met mijn kopje terug naar buiten en zoek mij een comfortabel plaatsje om te gaan zitten wachten en slurp aan mijn bakje zwart.
Het is net zoals met de liefde, ééns moet het er van komen en vandaag is het dan de dag dat ik mijn tweede sprong ga maken. Ik zit een beetje naar de mensen te kijken die zich aan het klaar maken zijn. Een Hollands mens in giraf uitvoering heeft een pretentie bij alsof ze over het paard getild is. Ach mens, denk ik bij mezelf, jij gaat maar een duo sprongetje maken, dat is niet echt skydiven, je hangt maar te bengelen aan een ander, waarom toch die aanstelleritis met dat Hollands gewauwel van je ?

Toch is er veel wind, ietsje minder dan vorige week maar eigenlijk best wel veel en ook zijn er veel wolken. Hoe zou het zijn om door een wolk te vallen ? Je valt erin en je valt eruit. Je ziet de damp op je afkomen, dan zie je niks, je bent omgeven door een dikke mist, weet van tevoren niet wanneer je er door bent en dan plots, woesh, weg mist en dan opnieuw die enge diepte onder je, akelig. Misschien dat ik ga ervaren wat de uitdrukking betekend: "In de wolken zijn." Wie weet wie zit er allemaal in, engeltjes die op een harp spelen of halfnaakte elfjes ? Ik hoop het laatste.

Het stelletje Nederlanders gaat naar het vliegtuigje, dadelijk eens gaan informeren wanneer ik aan de beurt ben. Het is mij al duidelijk geworden dat skydiving niet iets is waar je effen naartoe gaat en hup, effe snel een sprongetje maakt, neen, het is uren wachten om dan 50 sec te vallen en een paar minuten aan je parachute te bengelen. Ik slurp nog even van mijn koffie en over de rand van de tas zie ik de giraf met haar aanhangers verdwijnen.

"Sjo, jonges, denk ik, "een gesjellige buidelspong."

Rakelings scheurt het vliegtuigje over onze hoofden en ik verlang ernaar om dat eens te kunnen filmen. Het heeft toch wel een vrij zware motor en ik vind het een indrukwekkend geluid, dadelijk zit ik er voor de tweede keer in.

Ik ben nog maar een leek in het springgebeuren en ook al zijn het Nederlanders ik kijk toch graag toe als anderen naar beneden komen. Als ik sta te kijken bemerk ik dat ik niet de enige ben maar dat stelselmatig iedereen zich recht zet en toekijkt. Ik kijk om me heen en aan de gezichten van de kenners zie ik een bezorgdheid. Snap het niet onmiddellijk maar dan zie ik ze niet vooruit vliegen maar achteruit. Een raar gezicht, parachutes die achteruit vliegen. In plaats van naar ons toe te komen drijven ze steeds verder weg.

"He jongens", denk ik, "de landingszone is hier hoor."

Als ik de grote baas in zijn Jeep zie stappen en met gierende banden hoor vertrekken snap ik dat het goed fout zit. De wind is te sterk en ze worden zo de binnenstad ingeblazen. De giraf hangt toch aan een ervaren springer dus onkunde is het zeker niet. Dan zie ik een autootje met Nederlandse nummerplaat ook met gierende banden vertrekken. In totaal zijn het vier springers die hopeloos afdrijven en opgehaald moeten worden. Toch een beetje een geruststellende gedachte, als het ooit met mij mis gaat staan ze klaar om je te komen halen.

Het Nederlands autootje is vrij snel terug en ook zie ik iemand te voet afkomen. Enkel de giraf met haar duo-springer laten op zich wachten. Na een lange tijd komt de grote baas met zijn Jeep terug met achterin het tweetal. Gelukkig is het allemaal goed afgelopen, stel je even voor dat je op het kruispunt zou terecht komen of ergens in de één of andere rijke buurt, plons in iemand zijn privé zwembad. Hoor de topless dames al tot hier gillen. Het klein beetje leedvermaak dat ik had met de giraf werd al snel bekoeld als ik de grote baas hoor zeggen:

"geen duo-sprongen meer vandaag en ook geen AFF !"
"How effe,
denk ik, hoor ik dat goed ?"
"AFF dat ben ik hoor !!!!!"


Ik richt mij tot de grote baas en vraag:

"Mag ik niet springen ?"
"Neen, te veel wind uit de verkeerde hoek."


Teleurgesteld laat ik mij in een stoel ploffen, naast mijn leraar.

"Verkeerd gedropt, fluistert hij zachtjes, sterke wind, verkeerd ingeschat, komt zelden voor maar jammer genoeg, het gebeurt."
"Drop mij dan op de juiste plaats hé"


Te laat, de beslissing was genomen. Het is net zoals met de liefde, nodigen ze je uit, doen ze lief en uitdagend en als je dan toehapt krijg je zo een pandoering op je hart.


Zondag 19 september

Level II, Eindelijk, ik zit in het vliegtuig, thank God for that. Opnieuw naast de piloot maar deze keer is het een ouwe man, volgens mij is hij al op pensioen. Ja, wat doe je zoal als je op pensioen bent, beetje rondvliegen hé. Hij heeft een snorretje en een hele sture blik. Oei, denk ik bij mezelf, als ik die de eerste keer had gehad was ik al gesprongen toen het vliegtuigje nog op de grond stond.


Zondag 26 september

Level III, vanaf nu is het menens, ik heb mijn cursusgeld tot de laatste euro betaal. Ik ben nu geen aspirant leerling meer maar leerling. Ik heb een logboek gekregen waarin mijn mentor elke sprong noteert met bijhorende commentaar en andere gegevens. Mij is beloofd dat ik volgende keer mijn lidkaart zal krijgen. Joepie, ik hoor erbij, ik ben springend lid.

Mijn rechter begeleider tikt flink op mijn arm. Wat doe ik fout, vraag ik me af, is mijn houding niet goed ? Ik hou mijn gedacht bij mijn houding, mij lijkt alles in orde en kijk onder mijn rechterarm door om te zien of hij iets te vertellen heeft. Shit waar hangt die vent, hij moet ergens zijn want hij wil mij iets duidelijk maken maar ik zie hem niet ? Dan mept hij agressief door op mijn arm. Héla niet zo hard hé, straks breek ik mijn arm nog vóór ik op de grond ben, dát zou pas iets zijn om in de krant te vermelden;


Parachute springer breekt arm tijdens het vrij vallen in ijle lucht !
HOEVENEN    Op een hoogte van 5000 ft (1.660 m red.) met een snelheid van 208 km/u vallend boven de para club Hoevenen, breekt een leerling parachute springer zijn rechter arm. Het slachtoffer (Karel VT) werd door de dader (zijn rechter begeleider) hardhandig op de hoogte gebracht dat hij een kleinigheidje aan het vergeten was. Dit signaal - het slaan op de arm - werd hem aangeleerd tijdens zijn opleiding en de heer Karel VT
kende wel degelijk de betekenis ervan maar was naar eigen zeggen te druk bezig met andere dingen en riep ter verdediging op dat hij het nog maar aan het leren is en toch niet aan alles tegelijk kan denken. De dader (zijn rechter begeleider) verklaarde achteraf dat, wegens het uitblijven van de juiste handeling van de heer Karel VT, hij genoodzaakt was, zelf de parachute van zijn leerling te openen.


Plots het lawaai van flapperend tentzeil, mijn parachute gaat open, de ondertussen gekende snok en daar hang ik dan te bengelen. Hoe heb ik dát nu kunnen vergeten ? Gewoon niet aan gedacht. Daarom dat hij zo agressief op mijn arm mepte.


Zaterdag 2 oktober

Level IV, er valt één begeleider weg, er is er dus nog maar één die met mij springt. Ook kom ik te weten dat een begeleider "Jumpmaster" heet. Vandaag is het een andere jumpmaster dan de vorige keren en ik wordt gebrieft. De grote truc vandaag is tegenover elkaar te komen hangen. Hij zal me los laten en ik moet dan een keertje naar rechts draaien en dan een keertje naar links.

De sprong was niet echt goed gelukt, we hingen wel tegenover elkaar maar ik draaide telkens van hem weg zodat hij iedere keer aan mijn arm trok om mij terug tegenover hem te krijgen. Ook was ik weeral vergeten de hoogte in de gaten te houden en mijn jumpmaster deed teken dat ik moest trekken. Snel keek ik op mijn hoogte meter, ik was 1.000 ft te laat. Ik ben een eind buiten de vliegclub geland en heb zowat 10 min. moeten stappen om terug te komen. Allemaal niks om zorgen over te maken maar toen werd het zondag.


Zondag 3 oktober / Sprong 6 / 0° op 4.000 m

Het gaat fout, het gaat goed fout, dit is niet meer "whoeps foutje", dit is "miljaardeshit".

"Denk aan je houding, zorg dat je bekken omlaag is, je armen 90° naast je, wat er ook fout gaat denk aan je houding. "

Dat wordt mij wel honderd keer verteld als ik op de grond sta maar nu val ik hier te vallen in de lucht. Ik val er maar aan te denken, ik krom mijn rug, hoe kan ik mijn bekken omlaag doen als ik op mijn rug aan het vallen ben, dat is dan bekken omhoog. Ik kijk naar de blauwe hemel. Jupiter en Mars moeten daar ergens hangen en de kosmos draait om me heen. Ik voel mijn jumpmaster van alles doen, er wordt getrokken en geduwd aan mij. Laat me niet los bid ik. Smak ik draai om, floep met mijn buik naar omlaag, oef denk ik gered, smak, terug op mijn rug. Samen met mijn jumpmaster draai ik rondjes in de lucht. Plots de aarde weer onder mij, ik hang goed denk ik, neen, weer op mijn rug, alles draait in het rond, ik kijk richting Jupiter en Mars, ik kijk richting aarde, noord is ergens voor mij, neen nu weer zuid voor mij. Ik wordt al ziek in de rups op de kermis en nu hang ik hier hetzelfde te doen. We draaien om onze verticale en horizontale as. Ik snap er de ballen nog van, waar is onder en waar is boven ? Ik hang met mijn kop naar beneden en mijn benen omhoog, neen, mijn benen zijn beneden en mijn kop is omhoog.

Nooit meer, ik spring nooit meer. Als ik dit overleef hou ik ermee op. Ik voel mijn jumpmaster op mijn rug, mensenlief wat een acrobaat, wat doet die vent op mijn rug ? Hij hangt aan mijn buik, hoe kom je toch daar nu weer ? Er gebeurt iets, wat gebeurt er ? Mijn parachute gaat open, waarom gaat mijn parachute open ? Veel lawaai en snok daar hang ik dan. Mijn jumpmaster heeft mijn parachute open getrokken. Deze keer is het echt fout gegaan maar ik hang veilig aan de parachute.

Ik kijk op de hoogtemeter, 8.000 ft. Mensenlief, 4.000 ft te hoog, normal hang ik pas te bengellen rond 4.000 ft, dat gaat een eeuwigheid duren alvorens ik op de grond ben en dan met zoveel wind, waar ga ik terecht komen ?
Net voor we sprongen keek iemand op de temperatuur meter, nul graden. Ik bengel in een temperatuur van nul graden en het is koud, berenkoud. Wat nu, ik kan niets anders doen dan afwachten. Waar is de landingszone ? Gelukkig, rechts onder mij maar ik hang zo hoog. Als ik nu loodrecht naar beneden daal kom ik er. Ik daal met een bepaalde voorwaartse snelheid, als ik mij tegen de wind in draai blaast de wind mij met een bepaald snelheid achteruit. Ik kijk tussen mijn benen door recht naar beneden naar een punt op de grond om te kijken of ik voor af achteruit ga en kom tot de vaststelling dat ik steeds verder van de landingszone verwijderd word. Ik kom er niet, de wind blaast mij harder weg dan dat ik er naartoe vlieg en ik moet nog van zo hoog komen.

Ik leef op de tippen van mijn tenen en adem met de toppen van mijn longen. Of het nu doodsangsten zijn of overlevingsangsten het is allemaal hetzelfde. Ik heb een mega inkomen en toch daalt het saldo op mijn bankrekening alsof het een hoogtemeter is tijdens vrije val. De angst om de brievenbus te openen die vol rekeningen zit die ik met hard werken amper kan bijhouden, de pijnen in mijn rug, schouders, armen en benen, doodsbang dat er een dag komt dat ik niet meer voor mezelf zal kunnen zorgen. Ergens moet er toch een noodrem zijn om deze sneltrein af te remmen of tot stilstand te krijgen. Dit kan het leven toch niet zijn.

Ik kijk om me heen, de stad, ik hang boven de stad, huizen straten. Als ik mij omdraai en met de wind meevlieg kan ik er voorbij maar daar is een bos, NEEN, niet in een bos, ik ga niet in de bomen terecht komen. Ik wist niet eens dat er hier een bos was. De straten en de huizen komen beangstigend dichter. Ik zie auto's reiden, opzij opzij, ik kom eraan. Een voetbalveld, daar is een voetbalveld. Ik mik richting voetbalveld, neen, ik kom er niet. Ik moet voorbij de huizen vliegen en tussen de huizen en het bos terecht komen, ik draai en vlieg met de wind mee. Te laat gereageerd, ik kom er niet. Hier eindigt mijn avontuur, ik plak dadelijk tegen een gevel. Allemaal puntdaken, waarom bouwen mensen niet allemaal met een plat dak ?
Ik voel mij nu heel snel vooruit vliegen, mijn parachute begint hevig te flapperen, ik kijk omhoog, hij gaat collapsen, wat gebeurt er ? Onder mij huizen en boven mij een parachute die raar doet. Wind, een rukwind, plots veel wind. Een wei, daar een wei met paarden, twee paarden, een bruine en een grijze. Dat kan ik, daar kan ik naartoe. Het is privé, de één of andere paarden liefhebber heeft een weide achter zijn woning waar twee knollen staan te grazen. Enkele meters onder mij vlieg ik over zijn dak, zoef. Achter de weide is er nog een veld, plaats genoeg ik ben gered. Ik vlieg naar helemaal achterin de paardenweide, als ik dat niet haal kom ik in het veld erachter terecht.
Prikkeldraad miljaardeshit, prikkeldraad, is het nog niet genoeg geweest ? Afremmen, afremmen want omhoog vliegen gaat niet. Ik trek uit alle macht aan de stuurlijnen, smak, tegen de grond, boef en daar lig ik. Drie meter voor de prikkeldraad, de parachute dwarrelt erachter neer en de koorden hangen erover. Ik zit op mijn knieën en laat mij plat op mijn buik vallen.

Nooit meer, dit doe ik nooit meer, ik heb het gered maar ik hou ermee op. Hier eindigt mijn parachute avonduur. Ik zal afgaan als een gieter en ze zullen mij uitlachten maar het kan me geen barst schelen. Dit was de zesde sprong en het zal de laatste zijn. Zie mij hier nu liggen, plat op mijnen buik en mijn hart klopt in mijn keel, dadelijk komen er mensen naar me toe die me uitlachen of boos op me zijn omdat ik op hun privé eigendom geland ben. Paarden, er staan paarden in de weide. Ook dat nog, ik ben als de dood voor paarden, ik kruip recht en kijk om me heen. Twee Brabanders, een bruine en een grijze, op zowat twintig meter achter mij staan ze naar mij te kijken met net zo'n grote ogen als ik naar hun. Zij van verwondering en ik van de schrik. Hoor ze het al zeggen tegen elkaar:

"Zeg Tuur, wakom die dikke bromvlieg iedoen ?"
"Zoutniweete Achiel, emdoarni gescheten."


Maken dat ik hier weg kom voordat ze op me af komen. Ik kruip over het prikkeldraad en scharrel mijn parachute bij elkaar. Waarom ben ik dit gaan doen, wat probeer ik ermee te bereiken ? Waar ben ik terecht gekomen, hoe kom ik hier uit ? Ik ga in de richting van het huis, daar moet een weg zijn en dan zie ik wel verder. Met mijn uitrusting aan is het een hele karwei om vooruit te komen. Ik trek de bril en de helm van me af, lucht moet ik hebben.
Toch is er iemand die over me waakt, dat is de enige uitleg die ik heb. Waar kwam die plotse wind vandaan die mij naar deze weide blies, een engelbewaarder ? Mijn tijd was dus nog niet gekomen, ik heb nog zoveel te doen, ik heb nog zoveel beeldjes te maken en verhaaltjes te schrijven. Mijn nieuwe atelier in nog niet georganiseerd, zo mag ik er niet tussen uit knijpen. De grote beeldhouwer waakt over mij.

"Karel" !

Ik hoor mijn naam. Daar staat Marcel, de grote baas met zijn Jeep op de weg. God zij dank, hij heeft mij gevonden, ik hoef dat hele eind niet te voet terug. Uitgeput kruip ik achter in zijn Jeep.

"Jaja, het is een hele lijdensweg"
"Ben ik dan niet de enige klungel"?
"Helemaal niet."
"Hou er toch maar mee op voor vandaag,"
zegt hij.

Voor vandaag ? Ik hou er definitief mee op, denk ik, ik heb er genoeg van. Zo zot ben ik niet om het extreme een beetje te gaan uitdagen, foert !


Zaterdag 9 oktober / Sprong 7 / -3° op 4.000 m

Onvoorstelbaar fantastisch, ik voel mij euforisch geweldig, voor het eerst in mijn springcarriértje heb ik het gevoel dat het vallen controleerbaar is. Ik viel precies in de richting die ik wilde en bleef mooi horizontaal vallen. Level III is gewoon in één lijn recht omlaag vallen. Een punt in de verte nemen en je daarop oriënteren is mij geleerd. Ik zag een opgestapeld wolkje en nam dat als mijn oriëntatiepunt. Als ik wat naar links wegdraaide kon ik het corrigeren zodat ik opnieuw in de zelfde richting terecht kwam, met mijn gezicht richting wolkje. Alsof je op vlakke weg met je auto tussen twee lijnen rijd en af en toe een beetje bijstuurt zo viel ik tussen twee denkbare lijnen in verticale richting.
Tot dusver viel ik van het ene rijvak naar het andere, van de weg af en met mijn kont in alle richtingen. Wat een zalig gevoel dat ik iets in de hand heb en niet zomaar doelloos als een baksteen omlaag donder. Wel heb ik vandaag level III moeten over doen, gebuisd voor level IV wegens de mislukte sprong van vorige week. Terug gefloten en een bank achteruit. Opnieuw met 2 jumpmasters maar ze laten me los en blijven in de buurt en ik hing tussen hen beide mijn val te vallen.

Wat heb ik een verschrikkelijke week achter de rug, ik keek er echt tegen op om vandaag te springen. De zaterdag kwam beangstigend dichterbij en als ik zat te wachten op mijn beurt rookte ik de ene sigaret achter de andere en dronk het ene kopje koffie na het andere. Met verschrikkelijke angst stapte ik in het vliegtuigje en op een bepaald moment dacht ik; "neen, ik ga het niet doen," maar met een voldaan gevoel lande ik. Precies op de plek die ik wilde, vandaag had ik zelfs de controle over de parachute. Ik heb zelfs twee keer een rondje van 360° gedraaid, dan hang ik te draaien onder een hoek van 45°. Er sprak geen stem uit de ontvanger die ik bij me droeg, zolang je alles goed doet zeggen ze niets. Netjes op mijn twee voeten lande ik.

Het open gaan van de parachute is niet meer zo'n akelig moment, even schotelvod spelen en dan rustig bengelen, omhoog kijken of de parachute goed is en dan uitzoeken waar ik ergens hang om de tocht aan te vatten richting landingszone. Daar is de haven en industrie, daar is de snelweg, dan moet de landingszone ergens daar liggen. Bingo, daar is het veld met de lijn van witte stippen die landingsbakens zijn voor de vliegtuigen. Daar is de toren van de verbrandingsoven dus is dat de achterkant en dan is de andere zijde de voorkant en daar moet ik dus zijn. Het is me nog gelukt ook nog.


Dit verhaaltje is maal gelezen.