Mijnheer L verzoekt mij naar het bijenteelt museum te komen. Mijnheer is gepensioneerd en op zijn oude dag engageerde hij zich als medewerker van de
Vroente. Daar, in de garage, staat een
betonnen bijenkorf op een betonnen boomstam met plateaus dat al zeker dertig jaar buiten stond en ik ben het lij(ei)dend voorwerp om het te herstellen.
Betonrot, het ding valt uit elkaar van het betonrot. Gewoon met mijn vingers trek ik er zo de stukken van af. Bekijk het van bovenaf, kruip op mijn knieën en bekijk het langs onder. Het betonijzer steekt er verroest lang alle kanten uit. De kans is groot dat het uit elkaar valt als ik het vervoer.
Alles is mogelijk natuurlijk maar de uren dat ik daar aan zal bezig zijn, vermenigvuldigd met mijn uurprijs, dat is volgens mij het ding niet meer waard. Containerpark, in de container «licht gewapend beton ». Dat mag je natuurlijk niet luidop zeggen.
"Ik ben er erg aan gehecht, het heeft een bijzondere waarde voor mij." " Niemand wil of kan het herstellen." "Als er iemand is die het kan dan ben jij dat."
Met medeleven in mijn hart kijk ik mijnheer L aan. Kan kunnen ja, als jij het zegt. Zou hij het menen of is hij me gewoon aan het paaien ? Voorlopig red ik me uit de situatie door hem te vermelden dat ik er zal over nadenken.
Het vervelende van mijnheer L is dat hij deel uitmaakt van mijn leefwereldje. Hij bezoekt dezelfde kroegen als ik, niet dagelijks maar toch veelvuldig ontmoet ik hem en soms zitten we samen aan de toog. In de eerste plaats heb ik nog een fulltime job, in de tweede plaats heb ik mijn eigen kunsten waarvoor ik zelf amper de tijd heb en in de derde plaats heb ik er eigenlijk gewoon geen zin in.
Enkele weken later ontmoet ik mijnheer L opnieuw in onze kroeg. Er zijn nu eenmaal dingen die je als mens soms moet doen en die helemaal niet prettig zijn. Ik zeg hem dat ik het toch maar niet ga doen.
De teleurstelling was groot. Een heel jaar lang heeft mijnheer L niet met me gesproken. Het is een erg vervelend situatie als je ergens bent en er is er eentje die je negeert. Automatisch worden er dan groepjes gevormd. De situatie blijft een jaar lang houdbaar omdat mijnheer L maar nu en dan ons kroegje eens opzoekt. Of ik ben er en hij is er niet, of hij was geweest en ik was er niet. Dat hoor ik dan allemaal vertellen door onze barmoeder aan wie hij zijn nood klaagt. Zijn zoektocht naar een hersteller is eindeloos. Ik ben niet de enige kunstenaar in Kalmthout en omstreken, waarom ik en niet een ander ? Wat een verdomde klote situatie.
Ik stap ons kroegje binnen en daar zit hij aan de toog. Hier moet het stoppen denk ik en neem plaats naast hem. Daar zit ik dan, wat nu ? De geijkte weg volgen en hem een biertje trakteren. Hoe moet ik hier communicatie in krijgen ? Ik ben beter met mijn handen dan met mensen, vooral als ze moeilijk doen, dan weet ik het ook niet. Ik kies liever het hazenpad dan voor de rechtstreekse confrontatie.
Het is mijnheer L die na een jaar van stilzwijgen zijn eerste woordjes terug spreekt. Hij was naar de Kapelse school geweest en het daar gaan vragen. 2000 €.
"Dat geld heb ik niet." "Het zijn dan nog de leerlingen die het tijdens de les zouden doen."
"Ik zal het wel herstellen, betaal me de materialen terug die ik aankoop maar geef me de tijd."
"Je mag er een jaar over doen."
"OK, deal, ik zal het zaterdag komen halen."
En zo geschiede. Het ding staat in mijn atelier, wat nu ? Hoe ga ik dat hier aanpakken ? Alvast de hele handel maar eens flink zandstralen.
De weken gaan voorbij. Ik sta meer naar het ding te kijken dan dat ik er iets aan doe. Aan de ene kant van mijn atelier werk ik aan een beeld voor mezelf en achter mijn rug, aan de andere kant van mijn atelier, voel ik het mijn aandacht opeisen en in gedachte naar me roepen. Die hele kwelling is alles bij elkaar al meer dan een jaar bezig.
Drie maanden zijn we verder als ik dan toch merkbare resultaten kan laten zien en nodig mijnheer L uit om eens te komen kijken.
"Boven op de bijenkorf, op het dekseltje, daar stond een vogeltje op, dat is er ooit eens afgebroken." "Ik heb daar nog fotoos van, die zal ik je eens bezorgen."
Een vogeltje, dat kan je niet menen, stond daar een vogeltje op ? Nu kan ik nog een vogeltje gaan boetseren, daar een mal van maken en het dan betoneren.
De weken gaan voorbij, zo nu en dan werk ik verder aan de sargeest.
"Denk jij nog eens aan die fotoos van het vogeltje ?"
"Juist ja, ik zal ze eens opzoeken en ze jou bezorgen."
Eén keer geïnformeerd, twee keer gevraagd, drie keer verzocht, de weken gaan voorbij en mijnheer L komt maar niet met de fotoos boven water en mijn sargeest hangt als een heet ijzer boven mijn kop. Ben ik de enige idioot die het ding wil herstellen en krijg ik niet eens medewerking.
Foert, ik zoek zelf wel naar een vogeltje op internet.
Welke vogel ga ik erop zetten ? Het is beton, staat buiten, moet robust en zeker niet fragiel zijn anders komt hij volgend jaar terug dat het vogeltje afgebroken is.
Hier krijg ik een geniaal idee, in Google tik ik :
« Natuurlijke vijanden van de bij »
Nederlands natuurlijk, ik vind niet wat ik zoek, dan maar in het Engels.
« Natural enemies of the honybee »
Google pagina 1
Woodpecker (specht) neen, veel te lange snavel.
Titmouse, wat is dat voor een vogel ?
Kingbirds, wat zijn dat nu weer ?
« Black spiders lie in wait for them. »
Black spider, zal ik er een spin op zetten ? Mij te eng.
« In another part of the world you may hear of a
lizard
as an enemy of the honeybee. »
Een salamander, interessant, daar valt over na te denken.
Google pagina 2
« Like other animal life, honey bees are beset by a variety of threats to their survival -disease, parasites, nest destroyers and predators. Their enemies include other insects, mites, spiders, birds (woodpeckers, bee martins, and honey buzzards), and mammals (bears, skunks, badgers, and baboons). »
Dat van de woodpecker en spin wist ik al.
Baboon, een aap op zetten komt erg ongeloofwaardig over.
Zal ik er een beertje op zetten ? Een betonnen bijenkorf met daarop een honingdief. Dat betonnen geval een beetje berenlief maken ?
Google pagina 3
« Toads use the same methods as lizards, and will remain in the apiary if they can get bees to eat. The toad generally consumes only weak and dead bees, but if it can reach the hive, it will eat live bees as well. »
Dat is het, ik zet er een kikker bovenop. Het moet ruw en grof zijn en met een kikker kan ik alle kanten uit.
En zo zag de
Vroentekikker het levenslicht.