32
 
De brulboei

Je hoort me wel maar ziet me niet in het donker of de mist.

De mist hangt over het water. In de verte hoor ik een brulboei. Een boei op het water dat brult als een verkouden koe op het ritme van de deining van de golven.

Beuuuuu …… Beuuuuu …… Beuuuuu …… Beuuuuu …… Beuuuuu.

Te midden van een zomerse, mistige nacht zit ik op de oever van St. Agnes, één van de Scilly-eilanden, helemaal ten zuidwesten van Engeland. The Isles of Scilly, zowat 50 km van Engeland's Land's End. Hier begint de Atlantische oceaan en heb je al de oceaan deining, helemaal wat anders dan golfjes en op die deining brult de brulboei. Elke keer ze omlaag gaat komt er lucht in en als het water ze omhoog duwt wordt de lucht er via een hoorn uitgeduwd. Je hoort me wel maar ziet me niet in het donker of de mist. Kom me niet voorbij of je vaart hopeloos vast in ondiep water.

Ons zeiljacht ligt voor anker en door de patrijspoorten zie ik het licht branden. Midden in de nacht aangekomen in flauwe mist op de radar en de brulboei, iemand als kijkuit vooraan op de boeg, langzaam varend. De kapitein weet er alles van, hij is hier al zo dikwijls geweest, the Isles of Scilly, subtropisch en aan de voordeur van de oceaan, het einddoel van onze vakantie bestemming. Hier gaan we een hele week vertoeven, zeilen tussen die honderd onbewoonde eilandjes, hier en daar eens aanmeren om een BBQ'tje te doen met vers gevangen vis en dan weer huiswaarts.

Ik moest er toch even uit, de hele dag op het water gezeten en nu wilde ik toch aan wal. Moe, maar eigenlijk wel voldaan. Het roeibootje overboord gezet, naar land gepeddeld en met enkele een wandelingetje gemaakt. De rust in een mistige nacht met het zachte geluid van een brulboei in de verte en het klotsende geluid van het water tegen het keienstrand. Het schijnt hier vol scheepswrakken te liggen uit de tijd van Neptunus en zeemeerminnen. Het grootste deel is in kaart gebracht maar toch zijn er nog ontdekkingen te doen.

Urenlang op het water met een zeewaardige schuit. Steeds verder en verder weg van de haven en alle zonnebadende badgasten die op het strand vertoeven, over een rustig deinende zee. Vooraan op de boeg hoor je enkel het geluid van het water langs de zij van het schip. Af en toe opspettend water als de boot door een golf beukt. Geen motor maar voortgedreven door de kracht van de wind in de zeilen, schuin hellend zijn koers varend. Een negenkoppige bemanning met kapitein erbij en eentje als kok. Kappie, zoals we hem noemen, de eigenaar van de boot.

"Neem een maand vakantie en ga met ons mee."

Matroos op een zeiljacht, helemaal iets anders dan metser of beeldhouwer. De wijde wereld in over de zee, de stilte van de eindeloze watermassa, weg uit het drukte en het verplichte bestaan van prestatie, van files en verkeerselende. De boot vaart vanzelf, eens de zeilen gehesen zijn, op een automatisch roer. Het kompas hangt stabiel waterpas in zijn houder en wijst ons netjes de richting aan, af en toe eens gaan kijken of we nog op koers zitten. Daar lig je dan op het schuin hellend vlak van het dek in de zon.

"Iemand een Cuba Libre met ijs?"

Enkelen bereiden het avondeten al voor en voeden de vissen met aardappelschillen. Wat zou er onder ons allemaal zwemmen ?
 

In de verte kwam Engeland in zicht en dan duurde het nog de hele dag voor we er waren. Dover was de eerste haven waar we overnachten, dan Portsmouth, Plymouth en van daar non-stop naar the Isles of Scilly. Twee dagen langs de hoge krijtkusten van Engeland gevaren. Vandaag een stralende zonnige dag achter de rug. De spinaker trok de boot vooruit, zo groot als een basketbalveld, Engeland achter ons en varen tot de nacht zijn intreden deed. In de verte de vuurtoren op Bishop Rock, een eenzaam lichtbaken op een rots die uit de zee steekt, net groot genoeg voor de hoge toren, twee witte flitsen alle 15 sec.

Flitsflits……Flitsflits……Flitsflits……Flitsflits.

Net als klein duimpje, "Ik zie een lichtje in de verte, daar gaan we naartoe."



De steven gekeerd om een kleine inham in te varen, vliegensvlug de zeilen neer gelaten om dan rustig verder te dobberen ons plekje zoekend, het anker uit te gooien en de nacht door te brengen. Ergens aan een strandje van St. Agnes, een eilandje dat nog geen 2 km² groot is.

Een krab kruipt kranig, kriskras over de keien uit het klotsende water, ziet mijn voeten en keert. Dacht je misschien dat ik een rots in de branding was ? Over mijn schouders voel ik de zachte armen van mijn vriendin die mij langs achter omhelst.

"We hebben gezelschap," zegt ze zachtjes als ze ook de krab opmerkt.

IJlings kruipt het waterbewonertje rechts van ons weg en zoekt bescherming onder een grote rotsblok. Er liggen er hier veel op het strand en ik had mij een klein formaatje uitgezocht om als stoel te gebruiken. Het roeibootje wordt terug in het water geduwd, tijd om onze kajuit op te zoeken.

«Red at night is the sailor's delight.»

Zo leer ik nog wat zeeman's jargon. Het avondrood van vanavond voorspeld weer een mooie dag morgen.


Dit verhaaltje is maal gelezen.