 |
Leve mijn hoed.
Verhaaltje met een vleugje erotiek.
Te midden van mijn vakantie, volop in de zomer, laat in de avond, zit ik met haar op het terras, verlaten door al de anderen die eerder op de avond ons gezelschap rond de tafel uitmaakten. Alsof ze mijn denken konden horen om a.u.b. allemaal te vertrekken zodat ik met haar alleen zou zijn.
“Hier zitten we dan, zegt ze, iedereen is weg.”
“Ja, antwoord ik, iedereen weg.”
Enkele maanden geleden komt ze plotseling van uit het niets dit café-restaurant binnengestapt - waar ik zowat dagelijks klant ben - en door samenloop van omstandigheden naast mij aan de toog terecht. We zijn aan de praat geraakt en sindsdien heb ik ze regelmatig gezien en zoeken we elkaars gezelschap op als we elkaar hier treffen. Nu zitten we samen op het terras, wij met ons tweetjes, verlaten door al de anderen.
“Beetje vroeg om ook al naar huis te gaan, zegt ze, het is nog licht, hoe laat is het eigenlijk ?"
Zou ik ook wel eens willen weten, denk ik en met dezelfde gedachten in ons denken kijken we beiden op onze GSM. Niet eens 10 uur.
Een beetje zwijgzaam zitten wij daar als ze dan met een briljant idee afkomt.
“Zullen we een wandelingetje maken op de heide ?”
“Heb daar nu echt zin in.”
Een wandelingetje maken op de heide, hmm, hand in hand met jou ?
Hoe schoon op de wereld die zomerse hei.
Dat is hier op aarde de hemel voor mij.
Intiem hier met jou, met jou aan mijn zij.
Verleide je mij met flikflooierij.
“Als ik nu eens, vervolg ik haar verzoek, een fles wijn koop en twee glazen vraag en we zoeken ons op de heide een gezellig plaatsje uit en kraken met ons tweeën dat flesje ?”
Uit haar ogen schitteren sterretjes. Opgewonden glimlacht ze naar mij en ik moet mij in gedachten aan mijn stoel vastbinden of ik zou haar zo over het tafeltje sleuren en haar tongzoenen dat ze een week lang op de tippen van haar tenen loopt.
“Oké," antwoord ze.
Een fles wijn kopen om mee te nemen zal je wel in elk café-restaurant met terras kunnen maar die twee glazen daar heb ik moeite voor moeten doen. Heilig beloven dat ik ze echt ga terug brengen of anders zal betalen. Dagelijkse klant zijn en tot het vast meubilair behoren heeft soms zijn voordelen.
“Zal ik de fles alvast ontkurken en de stop er terug op plaatsen,” vraagt de eigenaar ?
Ben ik veel te druk bezig met haar in mijn gedachte dat ik daar zelf niet was opgekomen. Zit ik daar met haar op de hei lekker intiem te doen, krijg ik de fles niet open, niet goed bezig, slechte punten.
“Goed idee,” antwoord ik.
We lopen naast elkaar op de hoofdweg van de heide, ik met de fles wijn en zij in elk hand een glas. Een beetje zwijgzaam pratend maar meer zwijgzaam dan pratend. Onzekerheid is een verschrikkelijk ding, loopt ze met een plannetje rond of wil ze gewoon gezellig doen ? Moet ik hier dat initiatief pakken of gaat zij het doen ?
“Heb je ergens een strategisch doel in gedachten, vraag ik haar, of zien we wel waar we terecht komen ?”
“De duinen, helemaal achter in de heide, daar heb ik een beetje het gevoel dat ik aan zee zit.”
Goed, de duinen, dan zal het zo zijn, verdomt een eind te voet hoor. De hele hoofdweg af en dan nog eens zo ver en dan ? Misschien heeft ze wel een geheim plekje waar ze me naar toe neemt. De slaapkamer is nu eenmaal het terrein van de vrouw, het is daar dat ze haar man maakt of kraakt. Zo zijn er ook twee zeer bijzonder paarden die een koppel voor hun rijtuig kunnen spannen en die enkel een vrouw mennen kan. Dus vrouwke, neem de teugels maar in je handen en leid ons naar onze bestemming. De duinen, een beetje het gevoel dat we aan zee zijn. Het ruisen van de zee, het rollen van de baren en de tango van de golven die uitdeinen op het strand. Nu hartje zomer krioelt het er van de toeristen. Toch blij dat ik hier ben, laat in de avond, op de zomerse hei, slenterend en opgewonden met jou aan mijn zij. Het begint al een beetje te schemeren, nog even en we zitten met ons tweetjes met ons glaasje wijn in het licht van de maan.
“Zet jij nooit je hoed af,” vraagt ze me ?
Mijn hoed ? Wordt mij dikwijls gevraagd en heb daar het gepaste antwoord op gevonden: er zijn twee soorten vrouwen die mij zonder hoed mogen zien, dat is mijn coiffeuse en zij die met mij onder de douche gaan. Ik vind dat ik dat heel netjes verzonnen heb om eigenlijk iets anders te zeggen. Ik weet ook niet meer hoe het allemaal gekomen is, het is zo gegroeid. Op een bepaald moment ben ik een pet gaan dragen, daarna een hoed, jaren geleden. Nu ga ik nooit zonder hoed de deur uit en is het zover gekomen dat er niemand meer is die mij ooit zonder hoed gezien heeft. Afhankelijk van de persoon die mij dat vraagt heb ik nog een tweede uitleg ; ik ben artiest, van mij wordt verwacht dat ik mij zo gedraag. Nu, na zoveel jaren, is het moeilijk geworden om mijn hoed af te zetten, het voelt aan alsof ik zonder broek rondloop. Een flauwe glimlach is het enige antwoord dat ik kan verzinnen en ze neemt daar vrede mee.
We bereiken de duinen, ze zet de glazen in het zand en doet haar schoentjes uit. Het is een warme dag geweest, de aarde straalt haar warmte nog uit en het zand voelt warm aan. Gebukt voor me, bezig haar schoentjes los te maken zie ik van bovenuit in de decolleté van haar bloesje. Heel duidelijk zie ik de bovenkant van haar borsten en de witte BH die ze aanheeft. Hélaba, denk ik bij mezelf, dat was daarstraks nog niet toen we op het terras zaten. Er waren echt niet zoveel knoopjes los toen, hooguit ééntje. Wanneer heeft ze dat gedaan en hoe komt het dat ik dat nu pas zie ? Ze komt recht, neemt haar schoentjes in de ene hand en de glazen in de andere hand en we vervolgen onze tocht. Ze glimlacht naar mij en zegt dan zachtjes : “lekker.”
Nu is het aan mij om te raden waarom ze lekker zegt. Volgens mij wist ze goed genoeg dat ik tussen haar borsten kon kijken en zegt ze lekker omdat ze dat graag heeft en het expres gedaan heeft. Ofwel zegt ze lekker omdat ze het fijn vind met haar blote voetjes in het warme zand te lopen.
Ik heb het gevoel dat dit een lange en fijne nacht gaat worden.
“Ik heb het gevoel dat jij hier wel meer komt,” zeg ik haar.
“Niet echt, antwoord ze, soms.”
“En kom je dan altijd naar hier ?”
“Ja, zegt ze, maar niet langst de hoofdweg, ik neem het pad langst het ven.”
“Ik heb het soms wel eens nodig om hier de rust te komen opzoeken, stressy leventje.”
“En heb je daar dan een geheim plekje ?”
“Ja, een boom.”
Ze zegt dit met een glimlach op haar lippen van oor tot oor. Ze neemt mij mee naar haar geheimpje. Ik mag haar vriendje de boom ontmoeten. Ik ben de uitverkorene, mij vertrouwd ze haar geheime boom toe. Joepie. Daar gaan wij met ons tweetjes een flesje wijn kraken. We ploeteren ons door het mulle zand en het gaat een beetje heuveltje op. Natuurlijk, anders zouden we niet in de duinen zijn. Boven gekomen is er een soort plateautje, de duinen eindigen hier en het bos begint. Dennenbomen, allemaal dennenbomen.
“Hier is het,” zegt ze en ze ploft zich neer in het laatste duinenzand in kleermakerszit, haar schoentjes aan haar linker kant en de glazen aan haar rechter kant.
“Is dat em,” vraag ik haar, doelend op een boom ?
“Ja,” glimlacht ze.
Een gewone dennenboom natuurlijk, toch wel een ferme, het lijkt wel of het papa boom is die hier staat want de andere zijn kleiner.
“Al een dennen appel op je kop gekregen,” vraag ik ?
Ik kijk omhoog en zie de boom vol dennenappels hangen. Zou best kunnen als je hier onder zit. Om bang van te worden zoveel dennenappels in die boom.
"Neen," zegt ze en ze lacht eventjes.
“Maar wel een hertje gezien, of een ree, weet niet hoe die beesten heten.”
“Bambi ?” Vraag ik haar ongeloofwaardig.
“Ja, Bambi, herhaald ze me, daar diep in het bos.”
Ik sta nog steeds recht en van bovenuit kijk ik verbaasd naar haar en kijk dan in de richting die ze aangeeft met haar handje.
“En ook pluimstaartjes, regelmatig.”
Nu moet ik gaan zitten, pluimstaartjes, wat zegt ze dat lief, eekhoorntjes had ze kunnen zeggen maar neen ze zegt pluimstaartjes. Ik moet me tegenhouden want ik duw haar zo achterover in het warme duinzand en kruip boven op haar om een zoenerij te beginnen dat pluimstaartjes en Bambi's ons komen omringen om toe te zien.
“Ze kruipen in de bomen, trip trip trip.” “Maar je moet wel heel stilletjes zijn, zegt ze, als je hier dan een tijdje zit komen ze te voorschijn.”
Ook in kleermakerszit zit ik tegenover haar met de fles wijn tussen mijn benen en ze met beide handen vast houdend om wat te chambreren. De bodem van de fles staat in het warme zand en langst de onderkant dringt er dus ook wat warmte in de fles. Het is rode wijn dus die moet op kamertemperatuur, of beter, duinzand temperatuur.
Ik kan het niet laten en kijk in de decolleté naar haar borsten, ze draagt een broek en een blouse. Het is geen doorkijk blouse maar toch zie ik iets van de BH. Het is sterker dan mezelf en plots realiseer ik me dat ik echt aan het staren ben. Natuurlijk heeft ze het in de gaten en blijkbaar laat ze me doen, met een lieve glimlach kijkt ze me aan. Ik ruk mijn ogen van haar borsten en tuur een beetje beschaamt in het rond. Daar zitten we dan aan de rand van het bos in de duinen van de Kalmthoutse heide. Een soort van plateautje waardoor we een panoramisch zicht hebben over de hei. Een eindje verder gaat het omlaag, vandaar zijn we gekomen. Overal groeien er bosjes duingras en toch zitten we erg verborgen, je moet ons al heel dicht naderen om ons te zien. Ik tuur in de diepte van het bos en het voelt eigenlijk toch wel een beetje eng aan. Misschien komt er vandaar wel een everzwijn op ons af.
“Toe nou, zegt ze heel lief, zet je hoed af.”
Geen probleem hoor, zou zo mijn hoed kunnen afzetten maar hier ga ik het een beetje spannend maken.
“Waarom wil je nu persé dat ik mijn hoed afzet,” vraag ik haar.
“Ik wil je haar zien,” zegt ze.
Mijn haar zien ? Zoveel haar heb ik niet meer hoor, onderweg tijdens de jaren al flink wat verloren. Ik hou het kort, dat vind ik netjes. Een jaar na mijn echtscheiding is het plots beginnen uitvallen. Heb altijd een flinke haardos gehad en toen plots, op drie maanden tijd, half kaal. Ik vind het verschrikkelijk, daarom draag ik een hoed.
“Je wil mijn haar zien, herhaal ik, ik vraag toch ook niet aan jou om je broek uit te doen omdat ik je haartjes wil zien ?
“Ja maar, zegt ze verontwaardigd, dat is wel iets héél anders hé.”
“Hoezo, waarom is dat heel anders ?” Omdat er miljarden vrouwen zijn die zich schamen hun haartjes te laten zien is dat normaal maar omdat er één man is die zich schaamt zijn haar te laten zien is dat plots iets anders.”
“Voor wat hoort wat,” zegt ik er nog achter.
Afwezig kijk ik in de verte.
“Rustig plekje hier,” zeg ik zachtjes.
Ik voel dat ze naar me kijkt maar ik doe afwezig.
In de hoeken van mijn ogen zie ik dat ze haar bloesje aan het losknopen is. Ze is haar bloesje aan het los knopen, een luchtspiegeling in de duinen ? Een fata morgana ? Zou dat kunnen ? Begin ik dingen te zien die er niet zijn ? Alzheimer light ?
Langzaam draai ik mijn hoofd en durf toe te kijken. Ze is haar bloesje aan het losknopen. De knoopjes zijn allemaal los en kronkelend met haar bovenlichaam trekt ze het uit haar broek. De armen gaan uit de korte mouwtjes en ze legt haar bloesje bij haar schoentjes. Dan leunt ze achterover met gestrekte armen, haar handen achter zich in het zand. De witte kanten BH laat niets aan de verbeelding over, ik zie duidelijk haar tepels, fier vooruit tegen het stof duwend. Mooie volle borsten, donkere tepelhoven, aan die tepels wil ik zogen. De verbazing op mijn gezicht moet een hele beloning zijn voor haar.
Glimlachend zegt ze zachtjes ; “kan hier toch moeilijk mijn haartjes laten zien hé ?”
Ik neem mijn hoed van mijn hoofd af en leg die op de grond, dan neem ik de fles wijn en trek de kurk eraf. Ze begrijpt het gebaar, komt terug recht, neemt de glazen en laat ze door mij vullen. We nippen alle twee van ons glas. Zwijgzaam zitten we tegenover elkaar maar niet voor lang, ze kruipt naar me toe, ik krijg kleine zoentjes en dan nestelt ze zich in mijn armen.
Dit verhaaltje is maal gelezen.
|
 |