Er staat een beetje wind, niet veel, net genoeg om de Japanse
klingeling zachtjes zijn melodietje te doen maken. Zes zilverkleurige buisjes
hangen aan een zeshoekig stukje hout met daartussen een zeshoekig houten
blokje dat als klepeltje dienst doet. Het hangt aan een afdak dat voor het
tuinhuis staat. Naast het afdak staan een paar duizend beton klinkers
gestapeld, afkomstig van het terras dat nu een betegelde vloer in marmer is
geworden, met, uiteraard, een zwembad natuurlijk. Enkele meters verder zit ik
op mijn knieën een padje te klinkeren van naast het woonhuis helemaal
vooraan naar helemaal achter in de tuin waar het tuinhuis staat. Een paar
duizend rode beton klinkers heb ik nog te gaan. Eén voor één in de bedding
met zand leggen, netjes naast elkaar, netjes in verband.
Ik heb een steekkarretje en daar kan ik 40 betonblokjes opstapelen.
Steekkarretje leeg, steekkarretje weer vullen en terug op mijn knieën
betonblokjes tasten. Een typische bezigheid die mijn concentratie doet
verdwijnen en mijn fantasie doet verschijnen. Ik ben nog maar net begonnen
met klinkeren en zodoende zit ik nog dicht bij de Japanse klingeling die mijn
aandacht vraagt. Af en toe tikt er een buisje tegen het klepeltje en galmt het na.
Mijn klinkertjes gaan klingelend in hun bedje van rivierzand.
De Japanse cultuur heeft de wereld veroverd met klingelings. De samoerai
heeft zijn wapenuitrusting en harnas in een museum opgehangen en de hele
handel geruild voor geweren en schietpistolen maar de klingelings hebben het
nog steeds overleefd.
Fiere en trotse krijgers moeten het geweest zijn, mannen die jaren oefenden
om de edele krijgskunst meester te zijn en hun leenmeester met een
gedisciplineerde code dienden. Daar komt trouwens ook het woord samoerai
vandaan ; 'hij die dient'. (Wikipedia)
Eigenlijk voel ik mij erg verwant met de samoerai en zou mezelf wel de naam
Kareloerai kunnen geven. In het Nederlands vertaald betekend het dan ; 'hij die
zijn klanten dient'. Het enige verschil met hem en mij is dat mijn
gedisciplineerde code het nummer is van mijn bankrekening waarop zij
verzocht worden de betaling te geschieden en dat ik mijn uitrusting nog steeds
niet naar een museum heb mogen brengen. Misschien heb ik nog niet genoeg
gediend en is mijn tijd nog niet gekomen om full-time de creatieveling uit te
hangen.
Misschien is de samoerai niet echt een goed voorbeeld om mezelf aan op te
trekken, de teloorgang van deze klasse was een hele vernedering voor deze
mensen. Eerst behoren ze tot de elite en daarna moeten ze van armoe een
baantje gaan zoeken als gewone burgers. Nu ik daarover nadenk is het bij mij
net andersom, ik heb een baantje als gewone burger en werk voor de elite
klasse. Kan niet anders natuurlijk, enkel de elite kan mij permitteren en mijn
gedisciplineerde code aanvullen.
Steekkarretje leeg, weeral 40 blokjes, nog x duizend – 40 te gaan. 40 blokjes
dichter bij klaar.
Op mijn knieën kijk ik in de tuin, dochterlief is aan het ravotten met de hond. Ze is net
van school terug en speelt nu met haar dikke vriend in de tuin. Het beest ligt op zijn rug
met zijn pootjes in de lucht en laat zich strelen en kittelen door het dochtertje. Volgens
mij nog een jonge pub, enkele maanden oud misschien. Een golden retriever, even
omzetten in het Nederlands en dat wordt dan een gouden terug brenger. Klinkt dus
echt niet.
“O, wat een mooi lief hondje, welk ras is het ?”
“Een gouden terug brenger.”
“O, een gouden terug brenger, wat brengt die dan zoal terug ?”
“Niets, hij komt van alles halen.”
“O, en wat komt die dan halen ?”
“Knuffels, keiveel knuffels.”
Het verschil met deze gouden terug brenger en al de andere die ik ken is dat deze wit
ziet. Een witte gouden terug brenger dus, nog nooit gezien. Toch blijkt het zijn ras te
zijn want ik heb daarstraks met mevrouw een praatje gemaakt en het is van haar dat ik
het weet.
Dochtertje springt recht, loopt naar de ander kant van de tuin en gaat daar op de grond
liggen. Gouden terug brenger spartelt zich op zijn buik en met zijn voorpootjes vooruit
zit hij teleurstellend te kijken.
“Hélaba, ik wil nog knuffels, waarom ga je nu weg ?”
Dochterlief roept hem, hij springt recht en rent op haar af. Opnieuw rollen ze samen
door het gras.
Ik wil ook een hondenleven, als ik terug geboren moet worden kom ik
terug als hond en wil terecht komen in een gezin met veel dochters. Dan heb ik maar
twee belangrijke zorgen in mijn leven. Waar ga ik deze keer eens languit liggen niksen
en door welke dochter ga ik mij laten knuffelen en als ik mij dan toch eens zou vervelen
ga ik de kat pesten.
Ik hijs mij recht en sleur het steekkarretje achter me aan richting stapel. Nog een uurtje
en ik hou er mee op voor vandaag. Boven op de stapel staat mijn bakje koffie en neem
daar nog eens een flinke slok van. Toch word ik ook een beetje geknuffeld als de hond,
mevrouw brengt mij regelmatig een bakje koffie, mét suikerwafeltje. Van zodra ze
merkt dat ik er 's ochtends ben brengt ze al een warm bakje koffie en een paar keer per
dag vraagt ze of ik nog een bakje lust. Sommige vrouwen zijn nog echte samoerinas,
een uitstervende elite klasse, jammer. Hun vrouwelijke verleidingskunst staat nu in
een museum achter kogelvrij glas met onomzeilbare beveiliging en een vermelding :
Het liefste wat wij mannen willen, een echt hondenleven.