11
 
Windbelletjes

Er staat een beetje wind, niet veel, net genoeg om de Japanse klingeling zachtjes zijn melodietje te doen maken. Zes zilverkleurige buisjes hangen aan een zeshoekig stukje hout met daartussen een zeshoekig houten blokje dat als klepeltje dienst doet. Het hangt aan een afdak dat voor het tuinhuis staat. Naast het afdak staan een paar duizend beton klinkers gestapeld, afkomstig van het terras dat nu een betegelde vloer in marmer is geworden, met, uiteraard, een zwembad natuurlijk. Enkele meters verder zit ik op mijn knieën een padje te klinkeren van naast het woonhuis helemaal vooraan naar helemaal achter in de tuin waar het tuinhuis staat. Een paar duizend rode beton klinkers heb ik nog te gaan. Eén voor één in de bedding met zand leggen, netjes naast elkaar, netjes in verband.

Ik heb een steekkarretje en daar kan ik 40 betonblokjes opstapelen. Steekkarretje leeg, steekkarretje weer vullen en terug op mijn knieën betonblokjes tasten. Een typische bezigheid die mijn concentratie doet verdwijnen en mijn fantasie doet verschijnen. Ik ben nog maar net begonnen met klinkeren en zodoende zit ik nog dicht bij de Japanse klingeling die mijn aandacht vraagt. Af en toe tikt er een buisje tegen het klepeltje en galmt het na. Mijn klinkertjes gaan klingelend in hun bedje van rivierzand.

De Japanse cultuur heeft de wereld veroverd met klingelings. De samoerai heeft zijn wapenuitrusting en harnas in een museum opgehangen en de hele handel geruild voor geweren en schietpistolen maar de klingelings hebben het nog steeds overleefd.

Fiere en trotse krijgers moeten het geweest zijn, mannen die jaren oefenden om de edele krijgskunst meester te zijn en hun leenmeester met een gedisciplineerde code dienden. Daar komt trouwens ook het woord samoerai vandaan ; 'hij die dient'. (Wikipedia)

Eigenlijk voel ik mij erg verwant met de samoerai en zou mezelf wel de naam Kareloerai kunnen geven. In het Nederlands vertaald betekend het dan ; 'hij die zijn klanten dient'. Het enige verschil met hem en mij is dat mijn gedisciplineerde code het nummer is van mijn bankrekening waarop zij verzocht worden de betaling te geschieden en dat ik mijn uitrusting nog steeds niet naar een museum heb mogen brengen. Misschien heb ik nog niet genoeg gediend en is mijn tijd nog niet gekomen om full-time de creatieveling uit te hangen.

Misschien is de samoerai niet echt een goed voorbeeld om mezelf aan op te trekken, de teloorgang van deze klasse was een hele vernedering voor deze mensen. Eerst behoren ze tot de elite en daarna moeten ze van armoe een baantje gaan zoeken als gewone burgers. Nu ik daarover nadenk is het bij mij net andersom, ik heb een baantje als gewone burger en werk voor de elite klasse. Kan niet anders natuurlijk, enkel de elite kan mij permitteren en mijn gedisciplineerde code aanvullen.

Steekkarretje leeg, weeral 40 blokjes, nog x duizend – 40 te gaan. 40 blokjes dichter bij klaar.

Op mijn knieën kijk ik in de tuin, dochterlief is aan het ravotten met de hond. Ze is net van school terug en speelt nu met haar dikke vriend in de tuin. Het beest ligt op zijn rug met zijn pootjes in de lucht en laat zich strelen en kittelen door het dochtertje. Volgens mij nog een jonge pub, enkele maanden oud misschien. Een golden retriever, even omzetten in het Nederlands en dat wordt dan een gouden terug brenger. Klinkt dus echt niet.

“O, wat een mooi lief hondje, welk ras is het ?”
“Een gouden terug brenger.”
“O, een gouden terug brenger, wat brengt die dan zoal terug ?”
“Niets, hij komt van alles halen.”
“O, en wat komt die dan halen ?”
“Knuffels, keiveel knuffels.”


Het verschil met deze gouden terug brenger en al de andere die ik ken is dat deze wit ziet. Een witte gouden terug brenger dus, nog nooit gezien. Toch blijkt het zijn ras te zijn want ik heb daarstraks met mevrouw een praatje gemaakt en het is van haar dat ik het weet.
Dochtertje springt recht, loopt naar de ander kant van de tuin en gaat daar op de grond liggen. Gouden terug brenger spartelt zich op zijn buik en met zijn voorpootjes vooruit zit hij teleurstellend te kijken.

“Hélaba, ik wil nog knuffels, waarom ga je nu weg ?”

Dochterlief roept hem, hij springt recht en rent op haar af. Opnieuw rollen ze samen door het gras.
Ik wil ook een hondenleven, als ik terug geboren moet worden kom ik terug als hond en wil terecht komen in een gezin met veel dochters. Dan heb ik maar twee belangrijke zorgen in mijn leven. Waar ga ik deze keer eens languit liggen niksen en door welke dochter ga ik mij laten knuffelen en als ik mij dan toch eens zou vervelen ga ik de kat pesten.

Ik hijs mij recht en sleur het steekkarretje achter me aan richting stapel. Nog een uurtje en ik hou er mee op voor vandaag. Boven op de stapel staat mijn bakje koffie en neem daar nog eens een flinke slok van. Toch word ik ook een beetje geknuffeld als de hond, mevrouw brengt mij regelmatig een bakje koffie, mét suikerwafeltje. Van zodra ze merkt dat ik er 's ochtends ben brengt ze al een warm bakje koffie en een paar keer per dag vraagt ze of ik nog een bakje lust. Sommige vrouwen zijn nog echte samoerinas, een uitstervende elite klasse, jammer. Hun vrouwelijke verleidingskunst staat nu in een museum achter kogelvrij glas met onomzeilbare beveiliging en een vermelding :




Het liefste wat wij mannen willen, een echt hondenleven.


Dit verhaaltje is maal gelezen.