<< Vorig verhaaltje   ¦   Terug naar inhoud   ¦   Volgend verhaaltje >>
10
 
Ochtendglorie

De ochtend bedekt het land met een koude witte natte adem, alles wakker makend wat het herbergt met een ochtend mist van net iets boven de grond tot enkele meters hoog.
In de verte komt de zon al bijna boven de bomen uit. Voor mij uitgestrekte weilanden met daarachter een bos. Mijn ogen kunnen de gloed van de zon die boven het bos verschijnt nog makkelijk verdragen. Als we dadelijk een beetje later zijn zal ik op zoek moeten naar mijn zonnebril of mijn blik moeten afwenden. In de mist zie ik schimmen van koeien, beetje sprookjes achtig. Enkele staan al recht met hun kop naar beneden het gras af te doen en andere liggen nog. Komop meisjes, koffiemelk voor me maken.

Begin oktober, het kan nu 's morgens al flink koud zijn. Ik zie mijn adem als damp uit mijn mond komen. Adem eens diep in en dan weer uit en het is net of ik een dikke sigaar aan het roken ben. Een hemels blauwe lucht, het beloofd een mooie dag te worden. Als de zon wat hoger komt te staan en warmte begint te geven ga ik vandaag in mijn T-shirt kunnen werken. Nu denk ik er aan om voorlopig toch maar een trui aan te trekken.
In de verte hoor ik geweerschoten, waarschijnlijk vanuit het bos. Welke clown verknoeit het ontwaken van een nieuwe dag met jagen. Rennen Piet konijn, spurt je pijp in. Knal knal, de echo van elk schot weerklinkt over het land. Jagen, niet mijn bakje koffie, het is al erg genoeg dat ik zelf een omnivoor ben.
In de lucht tekenen zich lijnen af van vliegtuigen, de ene naar ginder, de andere naar daar. Moskou, Madrid, Londen, Griekenland. Aha, die heeft een hele lange staart, dat zal een vracht vliegtuig zijn, die brengt mijn koffie vanuit Brazilië.
Rechts van mij in de verte over het spoor rijd een trein, allemaal mensen die naar hun werk gaan in de grote stad.
Knal knal, weer een schot met echo. Die paar koeien in de wei trekken zich er niets van aan. Of toch ? Kijk, er staat er eentje recht. Fase één heeft het beest volbracht, recht staan. Daar staat het dan, daar komt dus de uitdrukking vandaan : “als een koe op een bord soep staan kijken.” Ja,.... ja,..... jawel, er komt beweging in, ja,.... en voila, het wandelt. Met mijn handen in de zakken van mijn jas sta ik ernaar te kijken. Hoe zou mijn koffie smaken als ik nu eens rechtstreeks mijn vers bakje koffie onder zo'n uier zou houden en er een straaltje melk in zou spuiten ?

Boer Frans komt naar me toe gewandeld over het boeren weggeltje waar ik op sta, een beetje verder woont hij. Ben hier nu al vier dagen bezig een garage te metsen en hij komt regelmatig eens langst. 75 jaar is de man, nog een echt antiek boerke met blauw boerenpak aan en klompen.

“Schoon hé jongen.”
“Ja,” bevestig ik.
“Je bent zo vroeg op,” zeg ik hem.
“Alle dagen jongen, alle dagen, mijn hele leven al.”
“Vroeger kon je nog veel verder zien,
zegt hij, het was hier toen allemaal wei.”
“Daar achter de baan tot aan de kerk dat was allemaal wei.”
“Achter het spoor, dat was allemaal boerengrond.”
“Maar ja, onze ouders wilden kinderen, wij wilden kinderen, onze kinderen willen kinderen.” “Iedereen wil kinderen en we moeten allemaal wonen en er komen er meer bij dan dat er af vallen.”


Nog een koe staat recht en komt onze richting uit, heel traagjes, de dag zal beslist wel passeren en morgen komt er nog één, tijd genoeg en niks te doen.

“Martha,” zegt boer Frans.
“Martha, herhaal ik vragend, zijn dat jouw koeien hier in de wei ?”
Jot, vijf heb ik er nog, kan mijn beesten ni missen jongen.” “Wij zijn samen oud geworden, die vijf die doe ik niet weg.” “Melken doe ik ze niet meer, al vele jaren niet meer, heb ze droog gezet.”

“Droog gezet,” vraag ik hem wat onbegrijpend ?
“Als je stopt met ze te melken stoppen ze met melk maken, vrouwen zijn vouwen hé jongen, wat dat betreft zit er geen verschil in.”

Jammer, geen straaltje verse melk in mijn koffie. Mijn boeren kennis word hier wel een beetje aangevuld.

“250 Hebben er hier gestaan, van hier tot aan 't bos en van de baan tot aan 't spoor, nu is dat allemaal voor mijn laatste vijf.”
“Allemaal van jou,”
vraag ik hem ?

Hij knikt bevestigend.

“Maar het gaat niet blijven duren jongen, alles word verkaveld.”
“Ik niet meer hoor, mijn kinderen, ik zal het wel niet meer meemaken, ik wil het niet meer meemaken.”


Samen staan we naar het panorama te kijken. Martha is ondertussen al tot bij ons gekomen, met haar grote kop over de prikkeldraad staat ze naar ons te kijken.

“Hoe heten de ander koeien,” vraag ik hem?

“Bertha, Maria, Clara en Dora.”

Hij wijst ze allemaal aan. Voor mij zijn koeien, koeien. Ik zie geen verschil maar boer Frans duidelijk wel.

“Ze eindigen allemaal op een a,” merk ik op.
“Jot, bevestigd boer Frans, en mijn vrouw heet Nora.”
“Heb je ook dochters,” informeer ik even, zou willen weten hoe die heten.
“Zonen, drie zonen, geen dochters.”

“Je schiet al aardig op met de garage.”


We draaien ons om en kijken naar mijn werk.

“Ja, antwoord ik, nog twee dagen en dan kan het dak erop.”
“Zal er maar eens aan gaan beginnen.”
“Jot, zegt boer Frans, het gaat ne schonen dag worden vandaag.”

Boer Frans gaat terug richting huis over het boeren wegeltje op zijn klompen en Martha volgt hem langst de draad. Uit de auto neem ik een trui en doe die maar even aan, dan neem ik de verlengdraad en stap naar het huis van de eigenaars voor wie ik een garage aan het metsen ben. Even kijken of er al leven is want ik heb een emmertje elektriciteit nodig voor mijn betonmolen om mortel te maken.


14 lezers hebben gestemd, waardering = 71%
 
<< Vorig verhaaltje   ¦   Terug naar inhoud   ¦   Volgend verhaaltje >>